Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

woensdag, 23 maart 2016 21:09

Natte pakken: Alberto Ascari en Paul Hawkins

Written by

De Grand Prix van Monaco is heden ten dag even absurt als nostalgisch, maar het blijft een unicum. Het circuit is zo uniek met zijn tunnel, tabac, en het stuk naast de haven. Sinds de TV op de F1 is gesprongen heeft eigenlijk nog niemand een wagen het water zien ingaan, maar toch is het al twee keer gebeurt, slechts twee keer.

De eerste maal gebeurde het in 1955, de Italiaanse Ferrari rijder Alberto Ascari had het genoegen om de aller eerste te zijn. Kon ook bijna niet anders, officiële wereldkampioenschap Formule 1 bestaat sinds 1950, Ascari was één van de eerste F1 piloten, bij Ferrari. Hij maakte zijn debuut tijdens de GP van Monaco vijf jaar eerder en is de eerste rijder die voor Ferrari zeven overwinningen op rij scoorde, een record die vele jaren later werd geëvenaard door Michael Schumacher. In de 1955 Monaco GP is de wedstrijd tachtig ronden ver wanneer Ascari problemen begint te krijgen met de remmen, ze worden daar in Monaco te heet. De Italiaan mist de chicane compleet en belandt in het water, zonder veel erg. Toch is het voor Ascari de laatste wedstrijd waar hij aan deelneemt, vier dagen later verongelukt de Italiaan tijdens testen met een Ferrari 750 Sportscar.

Tien jaar later is het opnieuw raak wanneer Paul Hawkins zijn Lotus het water instuurt. De omheining tussen circuit en water is niet veel meer dan een houten afsluiting. Hawkings raakt in een slip wanneer hij de chicane aanremt, de Lotus gaat om zijn as en doorboort de afsluiting moeiteloos. De Lotus zinkt naar de bodem van de zee, maar Hawkins raakt zonder problemen op een toegesnelde reddingsboot.